Het Vaderland, 10 Januari 1953; Artikel geschreven door Claude Belloni
Henk van Andel is één van die bestuursambtenaren, die men in Nieuw-Guinea wel meer aantreft, één van het type van een Den Haan, een Meyer Ranneft of Eibrink Jansen. Hoofd van het plaatselijk bestuur te Hollandia. Oersterk, vervuld van een koppige wil om door te zetten naast een hoge opvatting van zijn taak en corpseer. Hij was voor enkele dagen in Hollandia om verslag uit te brengen, kwam in vier dagen uit Waris lopen, waar normaliter 10 à 12 dagen voor nodig zijn, in ijltempo dus. Dat was noodzakelijk, want Van Andel wil – dit op eigen verzoek – op tijd vóór Kerstmis terug zijn bij zijn mannetjes, om hen, met zijn aanwezigheid, daar diep in de rimboe wat op te beuren. Dat een dergelijke opoffering noodzakelijk is (mevrouw Van Andel en de kinderen zitten in Hollandia) zal iedereen kunnen getuigen die wel eens boven het Warisgebied gevlogen heeft en vooral hij, die persoonlijk met dit woeste, met oerwouden en moerassen bedekte terrein heeft kennis gemaakt. Het bos omvat je, omringt je en drukt je neer met een beklemmende, zwarte duisternis, die je ieder ogenblik naar de bewoonde wereld doet terugverlangen. Om niet te spreken van de zwaarmoedig neerdruisende regen de blubberige, soppende modder en de wolken muskieten die altijd om je oren gonzen. Daarheen gaat Henk van Andel terug, om er Kerstfeest te vieren en komen zijn patrouilles terug.
Het heeft even in het Warisgebied gerommeld van de oorlogstrommen en gezangen. Dat zat zo: Van Andel was in zijn onderafdeling gewoon op tournee. Een reusachtig district en hij was er nog niet eerder in geweest. Zoiets van 80 bij 300 kilometer.
Een onaangename boodschap
Het begon dus met een gewone tournee. Samen met asp. Controleur Jan Erich, een hoofdagent van politie en vier agenten. In Arso, toen hij drie dagen van huis was, ontving hij van pater Blokdijk in Waris een briefje, dat in Namola, acht dagen verder, vier agenten door de Oeskoe-stam zouden zijn vermoord en hun wapens, die Mauser-geweren en een pistool-mitrailleur met bijbehorende munitie, meegenomen Van Ander zonder zijn politie-patrouille heen die dit bevestigde. Een der vermoorde agenten had 23 pijlen in zijn lichaam. Een patrouille van 20 man werd Van Andel door Hollandia ter versterking achterop gezonden.
Dicht bij Amola had hij een uitstekend overzicht van de kampong. Elke kampong in dit gebied heeft een soort uitwijkplaats, warvan de inwoners, wanneer zij in oorlog zijn tegen een vijandige stam, in korte tijd een complete vesting kunnen maken. Dit was ook met Namola het geval. Over een lange, glooiende vlakte en een opengekapt gedeelte lag het daar, knus maar toch dreigend tegen de heuveltop genesteld. Henk van Andel zond een ‘delegatie’ heen van enkele bevriende Papoea=stamhoofden. Zij werden er compleet ‘weggebekt’ en ontvangen met oorlogsdansen en de controleur begaf zich weer naar Waris om op de versterking te wachten. Hij kon de ‘uitdaging’ niet op zich laten zitten; dit was een aantasting van het bestuur. Hij nam zijn maatregelen.
Patrouille op oorlogspad
Toen de patrouille uittrok vormde zij een bonte stoet van 150 meter lengte. Aan de spits liepen vier Papoea-hulpagenten die gevaar niet alleen konden zien, horen of aanvoelen, maar zelfs nu en dan stilstonden om de lucht op te snuiven. ‘Zij waren voor mij van onschatbare waarde’, zegt Van Andel. Daar achter nog acht ma van deze agenten, dan de rest van de politie-patrouille, de burgers en aan de staart de Papoea-dragers met de vivres-blikken op hun rug, in de handen de boog met de meer dan 1 ½ meter lange pijlen. Dat alles in doodse, sluipende stilte. Kampong Mautsendi werd omsingeld en genomen, zonder dat één schreeuw gehoord werd. Zoals verwacht .. waren alle Oeskoes reeds op Namola, hun bergvesting teruggetrokken. Zij vonden er wel een dreigend voorteken: een paal, waarboven een ‘bal’ was geplaatst, doorschoten met pijlen; het teken dat de stam op oorlogspad was. Een ‘bal’ is de uitloper van het sagopalmblad, waarin de Papoea’s hun water bewaren. Toen werd doorgestoten naar Namola. Prachtig lag de kampong daar, nog omhuld door een waas van ochtendnevel. Van Andel besloot de Oeskoes schrik aan te jagen en een salvo uit 30 geweren verscheurde de doodse stilte, enkele malen nog herhaald door de nagalm van de echo, die donderend tussen de bergen terugkaatste. En weer zond de controleur er een delegatie heen.
Stamhoofd doet boete
‘s Avonds, toen een druilerige regen het Mautsendi-bivak in een zwaarmoedige stemming dompelde, weerklonk plotseling het geroep van een schildwacht. De struiken weken uiteen en te voorschijn stapte de hoofddader van de aanslag op de vier agenten, de korano (stamhoofd) van Mautsendi. De geweren en de pistool-mitrailleur had hij bij zich. Bij Van Andel, die op de rand van het bivak zat, knielde hij neer, vatte met de rechterhand de enkel van de controleur, boog het hoofd tot dit de grond raakte en zei: ‘minta ampoen’. Hij vroeg vergiffenis. Van Andel liet hem opstaan en hij werd geboeid. De andere Oeskoes bleken over de Australische grens te zijn gevlucht, zodat Van Andel naar Waris terugkeerde.
Toen de volgende dag de KLM-Dakota vivres dropte, was daar ook een briefje van de resident Noord-Nieuw-Guinea bij, waarin deze hem meedeelde, dat een andere stam op weg was om een naburige stam op de huid te springen. Was het de ‘kabar angin’, het gerucht dat dee groep komen zou welke de oorlogszuchtige stam zijn schreden deed terugkeren? Henk van Andel ‘ijlde’ echter voor het uitbrengen van verslag naar Hollandia, en vervolgens naar Senggi, om er, samen met zijn mensen Kerstfeest te vieren.
C.B.
Ode aan Wieteke van Dort Mijn nagedachtenis aan Wieteke is van vorig jaar toen zij met veel gevoel het algemene