Het waargebeurde verhaal van Claude Belloni en familie is in onderstaande tijdlijn weergegeven.

1933
Groot verlof
Naar Nederland

Vader Fred Belloni (Claude's vader) behaalde z'n diploma kunstfotografie en opende een foto atelier in Den Haag, dat goed liep.

Fred was een bekende violist, componist en dirigent. Zo'n 50 platen zijn van zijn muziek uitgegeven. Hij heeft zelfs in Londen twee ouvertures opgenomen en hij dirigeerde daar het 80 man sterke 'Columbia Symphony Orchestra'.

Claude ging naar school, speelde viool, maakte plezier met vrienden en vriendinnen.

1939
Terug naar de Tropen
Terug naar Nederlands Indië

Met de laatste boot, MS Sibajak naar Bandung. Met een geblindeerde trein vertrok het viertal via Duitsland, door Noord Italië naar Napels, waar de Belloni’s aan boord van de m.s. Sibajak gingen, zonder René, de oudste zoon. Die had inmiddels zijn vliegbrevet gehaald en was als vaandrig, aspirant officier, vlieger-waarnemer al eerder vertrokken naar Nederlands-Indië waar hem een “kort dienstverband” stond te wachten.

1940
Bandung, Java
PTT Opleiding

Claude begon zijn opleiding als bedrijfsambtenaar bij de PTT, Posterijen, Telegrafie, Telefonie

3 maart 1942
Kalidjati, Java
Broer René is niet meer

Als tweede luitenant vlieger-waarnemer kreeg René de opdracht een verkenningsvlucht uit te voeren en mogelijk ook te landen op het vliegveld Kalidjati. Het vliegtuig wrak is gevonden langs de bosrand van het vliegveld. De bemanning is nooit gevonden of teruggekomen. Van de eenheid Belloni, de bemanning van de Glenn Martin, bommenrichter Canno, soldaat luchtschutter Maaskamp en boordtelegrafist Van Dijk en Belloni, is nooit meer iets vernomen. 

4 maart 1942
Bandoeng, Java
Java in Japanse handen

Na de Japanse aanval op Pearl Harbour op Oahu in Hawaii op 7 december 1941, verklaarden de Amerikanen een dag later de oorlog aan Japan, samen met Groot-Brittannië en Nederland. Niet veel later volgde Australië en een aantal andere landen.

Het eiland Java kwam op 8 maart 1942 volledig in Japanse handen. Die machtsovername zou ook de Japanse economie ten goede komen. Denk aan oliewinning, die noodzakelijk was om de gevechtsvliegtuigen en oorlogsschepen goed aan de praat te kunnen houden.

Op 4 maart werd Bandoeng bezet en op 8 maart 1942 was Soerabaya aan de beurt.

Vanaf 10 januari 1942 was het begin van Claude's KNIL  periode (Koninklijke Nederlands Indisch Leger) en werd hij krijgsgevangen genomen op 4 maart 1942.

Medio 1942
Buitenzorg-Bogor, Java
Japanse veldartillerie

Vijf maanden richtte Claude paarden af voor de Japanse veldartillerie, die niet gezond waren. Er was geen medicatie voor de arme dieren. Hij kon ze alleen maar verzorgen, maar niet verlossen van hun ontstekingen. 

Mei 1943
Flores, kleine Soenda eilanden
Flores

Claude werd met tweeduizend anderen verscheept naar het eiland Flores om in 't oerwoud een landingsbaan voor de Japanners te bouwen. Dagelijks stierven mannen aan dysenterie. Geen barak, geen medicijnen. Slavernij en dwangarbeid van de ergste soort. Claude kreeg malaria en dysenterie en keerde volledig uitgeput met de overgeblevenen terug naar Java.

Februari 1944
Gevangen genomen
Krijgsgevangenkampen

Claude verbleef drie maanden in 't ADEK kamp, waarna hij kort in Kamp Makassar, een doorgangskamp, ten zuiden van Batavia terecht kwam. Daarna keerde hij terug naar het ADEK kamp.

Juni 1944
Torpedering
MS Tamahoko Maru

Vanuit Tandjoeng Priok begon voor Claude ‘De Groote Tocht’, een krijgsgevangen transport per boot naar Japan. Het werd een grote kwelling én het zal zijn grootste trauma worden. De reis zal hem op de grens van leven en dood brengen en het uiterste van hem vergen wat betreft overleven. Claude werd vanuit Soerabaja getransporteerd per schip naar Formosa-Taiwan, Takao, waar vanwege schade van schip werd gewisseld. Op de MS Tamahoko Maru zat Claude met meer dan zevenhonderd man als ratten in het ruim. De viermaster werd door een vriendenhand, de Amerikaanse onderzeeër 'USS Tang' getorpedeerd. Het schip verdween snel naar de oceaanbodem zonk. Claude had geluk, tien uur dreef hij op een houten vlot in de koude nacht en het ijskoude water met slechts een riem en wat franjes als enige kledingstuk. Een passerend fregat pikte hem en anderen op, waarna ze vervoerd werden naar Nagasaki waar hij met iets meer dan tweehonderd man in Fukuoka 14B aankwam. Slechts 212 krijgsgevangenen hebben dit drama overleefd.

26 juni 1944
Nagasaki, Japan
Fukuoka 14B

Claude werkte als krijgsgevangene en verrichtte dwangarbeid in de Mitsubishi scheepsmetaalgieterij.

Wat er in kamp 14B gebeurde was te vergelijken met de andere Fukuoka kampen. Te weinig voeding, eenzijdig, tekort aan voedingswaarden, te weinig drinkwater, tekort aan medicijnen of liever gezegd geen, tekort aan warme kleding, weinig zeep, te veel vlooien, wandluizen. Te veel continue sadistische behandelingen en mishandelingen. En veel te weinig vrije dagen. Ook hier waren de Japanse bewakers erg sadistisch. Als het van hen afhing lieten ze weinig tot niets over van de gevangenen, ze zagen de gevangenen graag lijden.

9 augustus 1945
Atoombom
Het wapen dat de wereld veranderde

11.02 uur: Explodeerde de plutonium bom 'Fat Man' bijna tweeduizend meter van Fukuoka 14, waarbij het kamp en de Mitsubishi fabrieken tot de grond afbrandde. Nagasaki stond in brand, geen bloemen, bomen of gras meer, alleen kokend beton en gesmolten ijzer en staal. De stank van vettige lucht van verbrand vlees was onbeschrijfelijk. Met anderen hielp Claude zoeken naar overlevenden in het vernielde Nagasaki. Velen hielpen ze met eer te cremeren.

15 augustus 1945
Japanse capitulatie
Vrijheid

Op 15 augustus capituleerde Japan en op 19 augustus volgde de proclamatie van de vrede in het kamp. Op 2 september werd de onvoorwaardelijke overgave ondertekend. De Tweede Wereldoorlog was beëindigd. Claude schreef in z'n dagboek: 'Ik realiseerde me eigenlijk pas een heel, heel klein beetje wat vrijheid kán betekenen; toen ik naar de prachtige met sterren bezaaide zomerhemel keek, kreeg ik een gevoel van beklemming van de grootschheid ervan.'

18 september 1945
Vertrek uit Japan
Dolce Far Niente

Claude verliet 't baby vliegdekschip 'Chenango' om op 21 september 's-nachts per vliegtuig naar Manilla te vertrekken. Hij genoot van zijn broodnodige rust. Totdat hij te horen kreeg dat hij weer z'n uniform moest aantrekken en voor het KNIL paraat moest staan in Makassar op het eiland Celebes.

17 augustus 1945
Onafhankelijkheidsoorlog
Bersiap

Op 17 augustus 1945 proclameerde  de Indonesische Nationalistische Partij, onafhankelijk 'Republik Indonesia'. Met Sukarno aan het roer en jonge felle en heethoofdige Indonesiërs, 'pemoeda's' (jongemannen), die veelal gewapend vanaf september begonnen met rausen. Het begin van Bersiap periode dat tot zo in 't  voorjaar van 1946 duurde. De Indonesische onafhankelijkheidsoorlog duurde in feite tot eind 1949, afhankelijk van de plaats waar velen weer in of buiten de kampen verbleven met weinig voedsel, medicamenten en veel ziekten.

Voor velen was deze vrijheidsrevolutie erger dan de Japanse krijgsgevangenschap.

2 november 1945
Verdriet in Soerabaya, Java
Piet Kempff mishandeld

De vader van Claude's echtgenote, Anita, Piet Kempff werd onderweg op de fiets naar de apotheek door de Pemoeda's mishandeld, zo vertelde een toeschouwer. Piet werd later afgevoerd naar de Werfstraat Gevangenis of de Simpang Sociëteit. Piet's lichaam is nooit teruggevonden.

December 1948
Politionele akties
Nederland gaf Nederlands Indië nog niet op

Onder druk van de Verenigde Naties werd een wapenstilstand afgekondigd. Nederland gaf niet op en in december 1948 startte Nederland met 'politionele acties', die afgeblazen werden onder druk van de VN. 

2 februari 1948
KNIL Verlofpas
Claude's afscheid van wapens

Na ruim vijf jaar van ontberingen werd Claude eervol uit het KNIL, Kon. Ned. Indisch Leger ontslagen. Ruim 3.5 jaar van deze tijd was hij krijgsgevangene onder het Japanse, sadistische regime.

9 november 1948
Huwelijksfeest
Huwelijk Claude en Anita

Op 9 november 1948 trouwden Anita Kempff en Claude Belloni in Makassar op 't eiland Celebes (Sulawesi), omringd door hun familie en vrienden.

27 december 1949
Republiek Indonesia
Overdracht van soevereiniteit

Onder druk van de internationale gemeenschap droeg Nederland op 27 december 1949 haar kolonie Nederlands Indië over aan de Republiek Indonesië, President Sukarno.

16 september 1950
Vaarwel Nederlands Indië; Hallo Nieuw-Gunea
Land-der-grote-contrasten

Als je kon aantonen dat je Nederlands staatsburger was dan mocht je uit Indonesië vertrekken naar Nederland of naar een ander land.

Zo vertrok Claude naar de laatste Nederlandse kolonie, Nieuw-Guinea, dat tot 27 december 1949 tot Nederlands Indië behoorde en initieel buiten de soevereiniteitsoverdracht bleef.

Zwangere Anita volgde hem in 1950, zodra hij woonruimte had gevonden. Berooid, met weinig geld of goed arriveerden zij op het eiland. Het eiland met hun wonderbaarlijke mensen, de Papoea's, met hun magische levensbeschouwing.

De twee dochters van Anita en Claude, Louise en Renée, weden op Nieuw-Guinea geboren.

5 april 1961
Nieuw-Guinea Raad
Papoea's bepalen mee

De opening van de Nieuw-Guinea Raad met grotendeels Papoea's die in het parlementair stelsel het beleid en ontwikkeling konden mee bepalen. Op 1 december 1961 was de officiële ceremonie in Hollandia, waarbij naast de Nederlandse vlag ook voor het eerst de Papoea vlag werd gehesen en het Papoea  volkslied werd gespeeld. Het was een speciaal en emotioneel moment. 

1 oktober 1962
Vaarwel Nieuw Guinea
En weer viel het Nederlandse doek

En weer viel definitief het Nederlandse doek. Wederom was de familie Belloni met duizenden andere inwoners genoodzaakt voorgoed uit Nieuw-Guinea te vertrekken. Anita en Claude gaven voor de tweede keer  'hun' land, huis en omgeving op. Op 15 augustus 1962 sloot Nederland met Indonesië het 'verdrag van New York', dat na bemiddeling van de Verenigde Naties tot stand was gekomen. Op 1 oktober 1962 droeg Nederland haar laatste kolonie in de Oost over aan een tussenbewind van de Verenigde Naties, het UNTEA-bestuur. Per mei 1963 viel Nieuw-Guinea onder Indonesisch bewind.

1969
Vrij Papoea
Organisatie voor een Vrij Papoea (OPM)

In 1969 hield Indonesië volgens de afspraken binnen de soevereiniteitsoverdracht een referendum onder de Papoease bevolking waarbij ze zelf over haar toekomst kon beslissen, de zogeheten Act of Free Choice, dat in overeenstemming met internationaal geldende normen moest plaatsvinden.

Echter, niet de volledige bevolking was vertegenwoordigd. De vooraf geselecteerde groep stamoudsten- en dorpshoofden stemden in met de integratie.

De Organisatie voor een Vrij Papoea (OPM), strijdt nog altijd voor de onafhankelijkheid van de Republiek West-Papoea. Tot op de dag van vandaag, 2024, is de lobby gaande om het recht op zelfbeschikking van het inheemse Papoea Melanesia volk te eisen bij de Verenigde Naties.

November 1962
Koudste herfst/winter
Aankomst in Nederland

Ook het gezin Belloni kwam terecht in een contractpension. In Den Haag hadden ze woonruimte gevonden waar in 1962/63 de ijsbloemen in de winter op de ramen stonden. Dit was een van de koudste winters in Nederland. De familie verlangde terug naar de Tropen, naar de warmte.

Daarna verhuisde het gezin naar Leidschendam waar Anita en Claude voor de rest van hun leven woonden. Claude werd tewerkgesteld bij het Ministerie van Volksgezondheid in Leidschendam.

1976
Geridderd
Ridder in de Orde van Oranje Nassau

Claude werd ridder in de Orde van Oranje Nassau voor zijn bijzondere verdiensten, toen hij veertig jaar in dienst was bij het gouvernement, met name voor zijn pionierswerk in Nieuw- Guinea.

7 december 1995
8 maart 2011
Einde van Claude's allerlaatste avontuur

Tot groot verdriet van het gezin, familieleden en vrienden overleed Claude aan een fikse longontsteking. 

Voor Anita viel het doek op 8 maart 2011. Zij is overleden aan een hartinfarct.

Samen zijn ze in het familiegraf 101244w, St. Petrus Banden, 's-Gravenhage.