Het Gooi en Ommeland, Hollandia, 25 April 1953; Artikel geschreven door Claude Belloni
(Van een bijzondere medewerker)
HET IS WARM IN DE STUDIO VAN DE RADIO OMROEP, Nieuw-Guinea, waar wij de heer Krijger ontmoeten.
-Een interview zegt hij, terwijl hij belangstellend de verrichtingen van de studio-technicus gadeslaat.
-En wat had u dan zo al te vragen?
-Uw bevindingen tijdens uw verblijf hier te lande.
-En op het ‘geen bezwaar’ zijnerzijds steken wij van wal:
-U bent eind 1949, begin 1950 en in 1951 al in Nieuw-Guinea geweest. Het is nu ruim twee jaren later en u bent juist van een tournee over vrijwel geheel Nieuw-Guinea teruggekeerd. Hebt u op uw jongste oriëntatiereis grote verschillen kunnen constateren met uw vorige bezoeken, voor wat betreft de ontwikkeling van dit rijksdeel?
Activiteit over het gehele land
Tegenover het grote vacuum dat Nieuw-Guinea op vrijwel elk gebied eind 1949, begin 1950 kon constateren, zou ik thans willen stellen, dat mij overal, waar ik geweest ben, gebleken is van activiteit in alle sectoren van de samenleving. Een activiteit waaraan ten grondslag ligt hoop en vertrouwen, dat in en voor Nieuw-Guinea iets goeds te bereiken valt. De potentie op vrijwel elk gebied wordt dagelijks vergroot. Het meest plezierige echter van mijn rondreis was, dat men – de inwoners van Nieuw-Guinea – zélf deze vooruitgang zag. Er blijft natuurlijk nog veel te verlangen over, maar de zo juist bedoelde ‘men’ ziet dat ook deze verlangens in ‘the long run’ verwezenlijkt kunnen worden.
-Ik kom nog even terug op uw recente reis. U hebt daarbij Manokwari bezocht en u en uw gezelschap zijn in staat geweest zich persoonlijk te overtuigen van de facetten die kleven aan het probleem, dat momenteel in Nieuw-Guinea de gemoederen druk bezig houdt niet alleen, maar zelfs in Nederland aan de nodige debatten onderworpen is geweest: Ik doel hier op het kolonisatie-vraagstuk. Kunt u mij vertellen wat uw indrukken zijn geweest ten aanzien hiervan?
-Zeer groot is de vooruitgang in Manokwari. Zo luidt het antwoord van de heer Krijger. -Ik ben daarvandaan hoopvoller teruggekeerd dan ik er naar toe ging. Ik heb daar namelijk een percentage hard werkende mensen aangetroffen. Voor deze mensen koester ik alle hoop, dat zij in de land- en/of tuinbouw zullen slagen. Indien zij zich openstellen voor goede voorlichting zijn ze waard vooruitgeholpen te worden. Zulks is ook het geval met enkele anderen in andere bedrijfstakken. Ik zou dan ook liever niet meer over kolonisatie in het Manokwari-gebied willen spreken. Maar van tuinders, landbouwers enz. met betrekking tot hen, die getoond hebben daarvoor de capaciteiten en met name het doorzettingsvermogen te bezitten. Voor overige thans genoemde kolonisten, voorzover zij werkwillig zijn, is er arbeid in Nieuw-Guinea te over. Niemand die werken wil en kan, behoeft in dit land te verpauperen.
Imposant olie-plan
-Wij hebben reeds het een en ander vernomen van het grote openleggingswerk, dat de N.N.G.P.M. in de Vogelkop onderneemt. U het dit werk van heel nabij kunnen gadeslaan. Kunt u ons nog iets hierover mededelen?
-Het grote werk, waarop u doelt, betreft de aanleg van een pijpleiding met afvoer van de olie uit het Waxian-Mogoigebied naar de Mac Cluergolf, naar de monding van de Moetoeririvier, waar dan de grootste tankers langszij van en daar te bouwen steiger de Nieuw-Guinea-olie over de wereld zullen brengen. Het is betreft hier werken, die onder de moeilijkste omstandigheden moeten worden uitgevoerd, omstandigheden welke wellicht nergens ter wereld zich in zo gecompliceerde vorm voordoen. Het deed mijn Hollandse hart goed te zien hoe de Hollandse jongens, daarin uitstekend bijgestaan door de bewoners van dit land, deze werken hebben aangepakt en in recordtijd tot een goed einde zullen brengen. Het is in ‘t zuiden van de Vogelkop ‘Holland op z’n best’, een openleggingswerk van waarlijk grootse allure.
-Wellicht had deze vraag reeds eerder moeten worden gesteld. Het opvoeden van de Papoea en het voeren van Papoea naar een rijker en zinvoller bestaan ligt ons allen na aan het hart. Ongetwijfeld zal dit onder onze nieuw gouverneur, dr. J. van Baal, zeer worden bespoedigd. Kunt u ons iets vertellen van uw indrukken en ervaringen ten aanzien van de autochtone bevolkingsgroep en de plannen, die de Nederlandse regering koestert voor het volbrengen van haar taak in die richting?
-Het streven van de Nederlandse regering, aldus de heer Krijger, zoals onderstreept door de benoeming van Dr. Van Baal tot gouverneur van dit rijksdeel, is erop gericht de bevolking van Nieuw-Guinea tot een zinvoller en rijker bestaan op te voeren. Daarop dienen de krachten te worden gericht daarmede dient aanhoudend geleidelijk doorgegaan. Het proces van geestelijke verheffing naast economische en sociale verbeteringen, goede medische zorg zowel preventief als curatief, is reeds aangezet en zal geleidelijk worden geïntensiveerd. De bewoners van Nieuw-Guinea zullen daarbij er van doordrongen dienen te zijn en te worden, dat voor hen belangrijke resultaten hierbij slechts zullen kunnen worden bereikt met hun volle coöperatie en intensieve arbeid ook van hun zijde.
Samenwerking Australië
-De Nederlandse regering heeft zich onlangs duidelijk uitgesproken voor een nauwere samenwerking tussen Nederland en Australië inzake Nieuw-Guinea. Ook de Australische regering is hiervoor geporteerd. Kunt u ons misschien vertellen op welk gebied deze samenwerking zal worden geëffectueerd? Bestaan hieromtrent bij de Nederlandse regering reeds uiteindelijk omlijnde plannen?
-Het antwoord op deze vraag is moeilijk te geven, waar omtrent de samenwerking tussen Nederland en Australië de eerste besprekingen nog moeten worden gevoerd. Het is echter al een hele stap vooruit, dat de bereidheid tot het voeren van dergelijke besprekingen aan beide zijden bestaat en ik twijfel er dan ook niet aan, dat deze tot resultaten zullen leiden, welke zowel voor Australisch- als Nederlands Nieuw-Guinea van belang zullen zijn. Tussen twee zo nauw aangesloten gebieden met zoveel punten in overeenkomst tussen natuur en bevolking is samenwerking op velerlei terrein niet alleen mogelijk, doch ook wenselijk, dat is mijn overtuiging.
-Nog een laatste vraag: wat is – na vele besprekingen die u met diverse personen, instanties en particulieren hier te lande voerde – uw algemene indruk over Nederlands Nieuw-Guinea?
-Uw laatste vraag heb ik min of meer in antwoord op uw vorige al behandeld. Laat ik echter dit eens stellen: Nieuw-Guinea is een mooi land met een vriendelijke bevolking, dun uitgespreid over een zeer groot gebied. Het land biedt voor een harde werker grote mogelijkheden. Het is niet ongezond als men zich aan de regels van het medische spel houdt. Het vereist echter liefde en begrip naast doorzettingsvermogen om hier te blijven leven en werken. Maar zij die dit alles kunnen opbrengen, leven in dit prachtige land dan ook van Gode begenadigd.
C.B
Ode aan Wieteke van Dort Mijn nagedachtenis aan Wieteke is van vorig jaar toen zij met veel gevoel het algemene