Claude (Boy) Belloni werd in 1922 geboren in de familie van een eminent musicus in het toenmalige Nederlands-Indië, nu Indonesië, en woonde meer dan veertig jaar in de Nederlandse koloniën.
Zijn leven was gekenmerkt door grote veranderingen waarvan er vele net scherpe haarspeldbochten waren. Daarbij moest hij veel ontberingen doorstaan. Meerdere malen keek hij de dood recht in de ogen voordat hij de zon in zijn ogen weer zag schijnen.
Zijn grootste nachtmerrie begon eerder dan de fatale ochtend waarop, zoals toen werd gezegd, ‘de zon duizend maal feller scheen dan op een zomermiddag.’
Tijdens deze lange beproeving was de dood nooit ver weg.
Archief
Als documentatie had ik bij het schrijven van mijn boek de beschikking over zijn grote archief. Uit alles bleek dat hij twee talenten had: hij was een geboren journalist met een vermogen om alles wat hij meemaakte helder te beschrijven met een grote aandacht voor de specifieke sfeer daarvan en, ten tweede, dit alles heel goed toegankelijk te houden door het helder te archiveren met veel documenten en vooral ook een persoonlijk dagboek. Wat ik u vertel heb ik dus uit de eerste hand, Boy’s hand.
Pijn en hartstocht
Van mijn vader begreep ik dat hij als 21-jarige krijgsgevangene in mei 1944 vanuit Tanjoeng Priok, de haven van Batavia (Jakarta), aan zijn ‘Grote Tocht’ naar Nagasaki begon, die uiteindelijk zijn grootste kwelling en trauma bleek, zijn historisch dieptepunt.
Na de ellendige Bersiap periode hebben mijn ouders elkaar ontmoet in Makassar, een stad op zuid-Celebes. Na hun verloving trouwde Boy op 9 november 1948 met Anita. Eind 1949, na de soevereiniteitsoverdracht was er in de vernieuwde Indonesische archipel echter geen plaats meer voor de ‘indo’s’. Mijn ouders moesten een nieuw land kiezen.
Met pijn in hun hart hun haard achterlatend kozen zij voor de laatste Nederlandse kolonie, Nederlands-Nieuw- Guinea. In september 1950 vond mijn vader daar een onderkomen in de stad Hollandia. Er was letterlijk niets. Alles moest van de grond worden opgebouwd. Zowel het gebied als de bevolking moest op een hoger niveau worden gebracht. Dit was pionierswerk van de bovenste plank. Mijn vader werd de Nederlandse stem uit de rimboe. Hij werd tewerkgesteld bij de R.O.N.G., de Radio Omroep Nieuw- Guinea, gevestigd in Hollandia.
Hij nam deel aan expedities en communiceerde met buitenlandse correspondenten. Met de autochtonen heeft Boy heel wat avonturen beleefd. Hij neemt ons in zijn verslagen mee op zijn expedities en laat ons het onbekende mee-ontdekken. Met fraaie beelden geeft hij ons het gevoel zijn avonturen mee te beleven en zelf in contact te staan met de inheemse volkeren en de natuur.
Op 1 oktober 1962, ik was er toen ook bij, viel het doek voor Nederlands-Nieuw-Guinea en haar bewoners. Alweer moesten Anita en Boy hun boeltje achterlaten en de rest in een paar koffers frommelen.
In de kou
Ons gezin, dat bestond uit mijn ouders, mijn zus Louise en ik, werd in het najaar van 1962 in Nederland ondergebracht in een zogenaamd contractpension. We kregen in Den Haag een klein onderkomen, één hoog achter. Later kwamen we terecht in Leidschendam. Voor ons allen was het wennen geblazen.
Harten openen
Ik hoop erin geslaagd te zijn om weer te geven hoe de politieke gebeurtenissen hun weerslag hadden op het leven van mijn vader. Dat was de realiteit van mijn vader en later ook van mijn moeder. Zij hebben dit leven aan den lijve ondervonden. Naar mijn mening kan de levensloop van mijn vader voor velen een feestje van herkenning zijn, een historische spiegel waar doorheen menige Indische Nederlander zijn of haar eigen verhaal en dat van hun familie kan zien. Een sjabloon van velen. Stiekem vertrouw ik erop dat ik ook de interesse kan wekken, de harten kan raken, van mensen zonder binding met Nederlands-Indië, de Nederlandse kolonie Nieuw-Guinea en het oorlogsverleden in de Oost, zodat zij zich hierbij betrokken en daarmee verbonden voelen.
Nog steeds zijn niet alle verhalen uit het verleden verteld en zijn nog niet alle herinneringen verzameld. En dat terwijl deze verhalen culturen verbindt. Daarom hoop ik dan ook dat dit verhaal, deuren en harten opent. Ik moedig daarom iedereen aan om de verhalen met herinneringen en belevenissen van familie en vrienden uit het verleden op te schrijven, zodat ze goed bewaard blijven. En niet vergeten worden, Niet mee het graf ingaan.